Het Lerarenregister

Wie ben ik om kanttekeningen te plaatsen bij opvattingen vanuit de Raad van State(RvS). Hoger dan dat college hebben we nauwelijks in dit land. Wijs, bedachtzaam, ervaren en integraal is de blik vanaf de Kneuterdijk in den Haag. Meestentijds met een wijds perspectief. Open en juridisch gevalideerd oordeelt deze raad over formele beleidsvoornemens van de regering.
Onlangs betrof het een wetsontwerp waarin invoering van een lerarenregister wordt behandeld.

Al vele jaren is er zorg over voldoende aanwas van kwalitatief vooraanstaande leraren. Er is immers een tekort aan hoog opgeleide tevens bevoegde docenten. Talrijke maatregelen zijn bedacht en soms uitgevoerd. Altijd komt elke redenering weer uit op de stelling: het beroep moet aantrekkelijker. Financieel, professioneel, situationeel en materieel, om ’t maar ’ns even samen te vatten.
In het commentaar dat de RvS bij het wetsontwerp heeft, staat stevige beleidsmatige kritiek centraal: “Pak het lerarentekort aan, stel beperkingen aan de toelating van onbevoegde leraren en stem aanbod en kwaliteit van de lerarenopleidingen beter af op de vragen van scholen”. Tot zover treffend maar weinig origineel commentaar. Dat wisten we immers al, maar handelden er kennelijk onvoldoende naar.
Het wordt pas echt interessant bij de constatering: “De beroepsgroep moet tot ontwikkeling komen”. Ware woorden, indien opgevat als een appèl aan de leraren zèlf.

Vanaf het moment dat jaren geleden het idee van een lerarenregister ontstond heb ik me afgevraagd waarom dat register niet meteen als ’n vanzelfsprekendheid door de hele beroepsgroep zèlf is opgepakt. Beoefenaren van vrije beroepen hebben meestal hun eigen beroepsstandaarden, bij naleving waarvan voor de leden opname in het eigen register mogelijk is en blijft. Advocaten, notarissen, artsen-specialisten..you name it…zij allen hebben ooit zelf het heft in handen genomen. Als ware gilden waakten zij over de status van hun professie en beschermden die uit welbegrepen eigenbelang. De overheid heeft de ordening die de beroepsgroepen van professionals zelf aanbrachten, vaak achteraf gesanctioneerd.

Leraren zijn daarin tot op heden niet geslaagd. Te weinig tijd, te weinig middelen, te weinig eigenaarschap…?! Veel argumenten en bedenkingen zijn gehanteerd op grond waarvan de noodzakelijke initiatieven nog niet succesvol genomen zijn. De belangstelling van leraren blijft steeds achter. Toch dient de beroepsgroep ’t heft nu ècht in handen te nemen. ’n Echt, eigen register, niet alleen invoeren maar ook onvermijdbaar maken. En niet afwachten wat anderen voor hen zullen bedenken. Ik vrees dat dàt weer meer van hetzelfde wordt, zoals ook door de RvS nog weer ’ns opgesomd.

De regering heeft inmiddels besloten om de volledige invoering van het register uit te stellen tot 2026, dat is 10 jaar…..
Te lang om nog èchte politieke belangstelling op korte termijn te mogen verwachten, te lang om leraren nù echt warm te laten lopen voor het idee….

Er is maar één route die echt effectief zal blijken te zijn: onderling een onontkoombare keuze maken voor ’n register. Leraren dienen in belangrijke mate vrij te zijn in de uitoefening van hun beroep.’n Register brengt die positie naderbij. Daarvoor kunnen beroepsgenoten toch enthousiast gemaakt worden? Over eigenaarschap gesproken!
En misschien gloort maatschapvorming onder docenten dan ook nog aan de einder …….?! Zou ’n mooie bijvangst zijn!

 

Advertenties

3 gedachten over “Het Lerarenregister

  1. Even wat historie: Beroepsstandaard, beroepscode, beroepsregister, beroepsgroep, het stond allemaal al in het rapport van de Cie van Es (1993). Als beleidsreactie daarop is Forum Vitaal Leraarschap ontstaan (1994). Toen dat stopte (1997) is SBL opgericht. Daarin trokken de vakbonden de beroepsontwikkeling weer aan zich, om te voorkomen dat er een nieuwe beroepsvereniging zou ontstaan en zij zich alleen nog als vakbond met de arbeidsvoorwaarden zouden mogen bezig houden. SBL is door de bonden 10 jaar aan het lijntje gehouden. Het mocht wel bekwaamheidseisen (competenties) ontwikkelen, maar zich zeker niet als beroepsvereniging ontplooien. Mede om dat te voorkomen is in de tweede fase van SBL er ruimte geboden voor de vak(ken)verenigingen en de BON. Na 10 jaar was dat niet langer houdbaar, en werd de SBL omgevormd tot een Onderwijscooperatie, die zich met een register mocht gaan bezig houden. Maar individuele leraren konden er nog steeds geen lid van worden. De bonden hielden/houden dat af. Zo houden we een ‘getrapte’ beroepsvereniging via de vakbonden. Geen wonder gat hier geen eigenaarschap ontstaat. Nu heeft de staatssecretaris het aan zich getrokken door een publiek (en geen privaat) register te laten maken. Dat leidt tot nog minder eigenaarschap. Vind je het gek dat niemand zich daarvoor wil laten registreren?

    Like

  2. Nog belangrijker: als ik om me heen kijk wordt een competentie overzicht beschouwd als een afvink lijst. Hierdoor ontstaat er snel gedrag dat klinkt als ‘ kannik al’ en ‘doe ik toch goed’.
    Dat zie ik niet alleen bij mijn directe collega’s maar merkte ik ook al bij mijn docenten en collega’s tijdens mijn opleiding.
    Heel erg hard focussen op competentieslijstjes heeft in feite geen snars te maken met goed onderwijs.
    Helaas wordt een gemiddeld docent zo goed geïndoctrineerd dat daar niet aan te ontkomen valt. Buiten die dingen is er niets lijkt het wel.

    Dan ontkomen we nog aan de vraag ‘wat is pedagogisch in orde’ of wat is nu eigenlijk didactisch verantwoord?

    Daar ervaar ik ook een keurslijf in waarbij andere gedachten en ideeën niet welkom zijn.

    Moet ik dan alles een openbaar register vastleggen? zodat ik op alles in de toekomst afgerekend kan worden?

    Ik dacht het niet, want elke paar jaar komt er weer een nieuw briljant goed idee dat we allemaal moeten volgen. Ik kies mijn rattenvanger graag zelf

    Like

  3. Een opvallende conclusie en wonderlijke geschiedenis. Dat het register leegt blijft is geen wonder en op welke wijze de ketenpartners wél een succes kunnen maken van de professionalisering en de kwaliteit van leraren veel beter kunnen waarborgen, dat komt aan de orde op 18 mei a.s. in een Themamiddag van het Consortium voor Innovatie. “Een professionele professional begint bij zichzelf” schreef Ton Monasso in augustus 2011:”Als we echt ‘professionele professionals’willen, wordt het tijd dat de professional niet vraagt om ruimte, maar ruimte pakt. Hij begint bij zichzelf, door zijn vak tot in de puntjes te willen beheersen. Hij doet alles voor het resultaat (…)”. De vergelijking van “onderwijsprofessionals” met de klassieke professionals in vrije beroepen als arts of advo(zzp’ers avant-la-lettre, aldus Monasso) gaat volledig mank. Zie ook “De professionele professional” (MinBZK, oktober 2010). Om bij jezelf te kunnen beginnen is inzicht nodig, dat is een oude wijsheid (gnoti seauton). Een voorwaarde is wel dat ook de nieuwe professionals dienen te beschikken over dit inzicht en over een unieke verzameling persoonlijke leerbewijzen waaraan publieke rechten én plichten zijn gekoppeld. Wat de leraren en ketenpartners daarbij helpt, is het recht op een eigen e-portfolio en een regelmatige assessment, zoals in 2008 al werd bepleit door de Adviescommissie Arbeidsparticipatie.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s