Wie heeft er nou ’n dubbele pet op in de Eindhovense cultuursector?!

 

De gemeenteraad van Eindhoven heeft enkele jaren geleden een gedurfde route uitgezet: cultuurbeleid op afstand zetten. Na jaren van gekrakeel over de vraag waar de verantwoordelijkheid van de raad ophoudt en die van de instellingen begint werd het ei van Columbus gelegd. Een onafhankelijke stichting werd als panacee voor dit vraagstuk in het leven geroepen. De Stichting Cultuur gaat vanaf 2017 de euro’s verdelen. De raad verordent nog slechts en de Stichting staat aan het roer. ‘ Basisvoorzieningen’, ‘Plusregeling’ , ‘ Snelgeldfonds’ en de ‘Van Ons Prijs’ . Het zijn enkele van de nieuwe referentiebegrippen waarmee de stad wordt uitgedaagd alles uit het cultuurbudget te willen halen, wat er maar in zit. De Stichting kan aan de slag, en is inmiddels naar ’t schijnt ook voortvarend begonnen.
Wie schetst mijn verbazing dat, nog vòòrdat de stichting ook nog maar éen cultureel gelabelde euro heeft kunnen uitgeven, de gemeenteraad zich alweer bemoeit met het vervolg. En niet enkel over de hoeveelheid geld, want daarover blijft de raad natuurlijk de ultieme baas. Nee, over de samenstelling van toezichthoudende organen binnen de cultuursector. Jawel, daarover maakt de raad zich druk!

In het Eindhovens Dagblad laat een visionair raadslid opschrijven : ” …bijvoorbeeld door te verbieden dat iemand tegelijk zitting heeft in meer dan één raad van toezicht of raad van commissarissen van culturele instellingen of daaraan gelieerde instellingen….”. Geen dubbele petten dus! Je weet niet wat je leest. Enkel al de vraag naar de verdere definiëring, het ‘grijze gebied’ , de mogelijke bureaucratie en ‘de’ criteria waaraan iemand wel/niet moet voldoen. Het zou ’n mens de lust benemen om überhaupt nog te willen toezien op de goede gang van zaken binnen een van die mooie instellingen die de stad rijk is.

Principiëler is evenwel de eigen verantwoordelijkheid van toezichthoudende organen. Zij behouden, als het aan de Eindhovense raad ligt, geen eigenstandige rol bij het zoeken naar mogelijke geschikte kandidaten, aan banden als zij worden gelegd door het verbod dat straks democratisch is verordonneerd. Het kan wel ’ns heel wijs zijn om één persoon te laten deelnemen in verschillende raden van toezicht. Soms kan het profiel bij ’n vacature op ’t lijf geschreven zijn van ’n bepaalde kandidaat die toevallig ook nog aan ’n andere instelling is verbonden. So what? Dat is ter beoordeling aan de instellingen zelf, zou ik zeggen.

De verleiding is groot om de gemeenteraad maar weer ’ns te wijzen op het grote belang dat de stad vooral bestierd dient te worden op hoofdlijnen. Dat bovenal dient de gemeenteraad te doen, en wel met verve en kracht. Door er bijvoorbeeld bij de Haagse politiek, met nog veel meer inspanning dan nu gebeurt, op aan te dringen dat er aldaar meer eigentijds verdelingsbesef groeit. Het is van de gekke dat Eindhoven de komende jaren niet meer dan 2% uit het landelijk beschikbare cultuurbudget ontvangt. ’n Stad die zorgdraagt voor substantiële economische groei in het gehele land, mag daar vanuit de cultuurruif meer voor terugkrijgen dan nu het geval is.

Het is ver gezocht van de Eindhovense raad om te willen treden in de governance van alle culturele instellingen. Dat kunnen die instellingen over het algemeen prima zelf. Er resteren binnen het publieke domein voldoende dossiers om onze plaatselijke volksvertegenwoordigers gepast mee te belasten, en vervolgens van en òp de straat te houden. Op de stoelen van toezichthouders willen gaan zitten is ’n goedbedoelde brug te ver…Over dubbele petten gesproken!

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s