Wordt Artikel 23 van de Grondwet ècht opgepoetst?! Pfff…..

Jawel, de eerste proeve van een wetsontwerp ligt er sinds gisteren. Iedereen kan zienswijzen leveren waarna de staatssecretaris ongetwijfeld een meer definitief ontwerp aan de ministerraad aanreikt. Het gaat om een gewichtig thema in de planning van het Voortgezet Onderwijs: wie mag waar en wanneer een nieuwe school stichten? Het getuigt van politieke moed om dit tere thema publiekelijk èn formeel te agenderen. Art.23 GW is immers ’n ècht Nederlands pacificatie-/polderartikel. In beginsel wordt alle VO door de overheid gefinancierd, indien het voldoet aan zgn. deugdelijkheidseisen. Fantastisch om te zien hoezeer onze voorvaderen hechtten aan vrijheid, in gebondenheid weliswaar, maar toch.

(In)richting van het onderwijs is vrij. Pubers en adolescenten kunnen door ouders naar een school worden gestuurd, waarvan tenminste de laatste categorie van oordeel is dat het aldaar ‘te genieten’ onderwijs het best aansluit bij cultuur, traditie, opvattingen etc. zoals dat door hen ook thuis wordt beleefd. Het systeem dat wij kennen is betrekkelijk uniek, wereldwijd. Daaraan tornen vereist lef. En dat òòk nog doen nagenoeg exact 100 jaar nadat de grondwettelijke borging van dit recht werd verankerd, is ronduit bijzonder.

Maar misschien ook wel hèt moment, na eerdere stukgelopen pogingen in de afgelopen decennia. Want dat het roer om moet, is langzamerhand wel duidelijk. Lang gedacht dat verzuiling in het onderwijs eeuwigheidswaarde had. Maatschappelijke organisaties op basis van geloofsovertuiging kennen we nauwelijks nog: voltooid verleden tijd! De kerkgenootschappen zèlf blijven daarbij natuurlijk buiten beschouwing .
Voor scholen kiezen we nog steeds voor ’n aparte benadering; opmerkelijk! Secularisatie alom, en belijdend kerklidmaatschap is inmiddels eerder ’n randverschijnsel dan regel in ons land. Het kan dan ook eigenlijk niet zo zijn dat de onderwijsvrijheid feitelijk betekent dat er geen andere scholen gesticht kunnen worden dan die welke behoren tot de traditionele zuilen. Dat is oneerlijk ten opzichte van andere initiatieven en bovendien sluit het nauwelijks nog aan bij de wereld-en levensbeschouwelijke oriëntatie van de meeste jonge ouders.
Benieuwd naar het debat de komende tijd en waarvan voor mij de wenselijke uitkomst vast staat: verruimen van de werking van art. 23 GW . De strekking is immers van alle tijden: bewaken van vrijheid in de oriëntatie waarop het onderwijsaanbod is gebaseerd. Het past inmiddels bij de beste tradities van ons land. En dat dient zo te blijven, aangepast aan eisen van onze tijd. Ik spreek hier als een overtuigd voorstander van de instandhouding van bijzonder onderwijs. Het opportunisme waarmee vanuit katholiek-christelijke kring op het voornemen wordt gereageerd,kan slechts duiden op een achterhoedegevecht. Dat kent meestal slechts verliezers.

Zie in dit verband ‘ Plan (…) Dekker onnodig en riskant’ ?!

Honderd jaar vrijheid van onderwijs vieren met een wet in de maak waarmee we weer decennia vooruit kunnen: dat zou mooi zijn als perspectief voor 2017.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s